Welke medicijnen veroorzaken allergische reacties?
Hoewel elk
medicijn een allergische reactie kan veroorzaken, komt het niet zo
vaak voor. Zoals gezegd wordt een allergische reactie veroorzaakt
door de overmatige reactie van het immuunsysteem, (het
afweersysteem), op dat medicijn (dat gezien wordt als een
chemische “aanvaller” of antigen).
Dit kan veroorzaakt zijn door directe anafylactische immuun
reacties zoals gezien wordt bij penicilline, vaccinaties,
bloedtransfusie, insuline en intraveneuze vloeistoffen.
Andere medicijnen
kunnen aanzetten tot het vrijmaken van histamine in het lichaam door
niet-immune mechanismen (anafylactoïde) en waarvoor geen
diagnostisch bloed onderzoek beschikbaar zijn. Deze reacties kunnen
optreden door triggers zoals aspirine en anti-inflammatory
medicijnen, morfine en de opiaten, lokale anestatica en sommige
vloeistoffen die intraveneus gebruikt worden tijdens
röntgenonderzoek.

Medicijnen die allergische reacties kunnen
veroorzakers:
-
antibiotica
-
penicilline,
sulfonamiden,
chloramfenicolen and cefalosporines
-
Penicillinen:
Groep
van antibiotica tegen bacteriële infectieziekten. De penicillinen
behoren tot de zogenaamde bèta-lactam-antibiotica die de bouw van
de bacteriële celwand zodanig verzwakken dat de cel afsterft (=
bactericide werking).
voorbeelden zijn: Penicilline, Ampicilline, Amoxicilline
-
Cefalosporines:
Groep van antibiotica die behoren tot de bèta-lactam-antibiotica
en werkzaam zijn tegen bacteriële infectieziekten. Cefalosporines
verzwakken -net als de penicillinen, de bouw van de bacteriële
celwand, waardoor de cel afsterft (= bactericide werking).
-
hartmedicatie - ACE inhibitors, quinidine,
amiodarone, methyldopa
-
anestatica –
spierverslappers, thiopentone, halothane
-
morfinederivaten - morfine, pethidine en codeïne
-
aspirineachtige medicijnen - dyclofenac, ibuprofen
-
kanker
chemotherapiemedicatie - cisplatine, cyclophosphamide,
methotrexate
-
antiseptica -
chloorhexidine, Iodine
-
vaccinaties
zoals tetanus en difterie vaccin
-
conserveer
middelen zoals Parabens en Benzakoniumchloride
-
anticonvulsie
medicatie, antituberculose medicatie, streptokinase, insuline,
enzymen en latex.

Risicofactoren voor medicijnallergie
-
Frequente
blootstelling aan het medicijn
-
Grote doses
van het medicijn
-
Medicijn via
injectie t.o.v. een tablet
-
Familie
tendens (atopie) om allergie te ontwikkelen

Welke klachten kunnen er door medicijnallergie optreden?
Bij een
allergische reactie zal er door het o.a. vrijkomen van histamine
symptomen optreden zoals galbulten of netelroos, huiduitslag,
jeukende huid of ogen, verstopping en zwellingen in de mond en keel.
De meer
ernstige reacties kunnen zijn: moeilijke ademhaling, blauw worden
van de huid (incl. lippen en nagelbed), duizeligheid, flauwvallen,
angstgevoelens, verwarring, snelle polsslag, misselijkheid, diaree
en buikklachten.
De klachten bij
een medicijnallergie kunnen redelijk snel optreden, mogelijk binnen
minuten na inname van of blootstelling aan de eerste dosis, maar ook
is het mogelijk dat het pas begint enkele dagen na inname van het
medicijn.
Ongeveer de
helft van de allergische reacties treden op een week nadat begonnen
is met het medicijn. De meeste klachten zouden weer moeten
verdwijnen binnen 3 tot 5 dagen nadat gestopt is met het medicijn.
Indien nog vraag dan aan je (huis)arts of de klachten te behandelen
zijn met allergiemedicatie zoals een antihistamine, bijv. Aerius®,
Xyzal®, of Fenestil®, etc.
Anafylaxis, een
zeldzame, maar potentieel levensbedreigende reactie bij
medicijnallergie, die meestal optreedt direct na blootstelling aan
het medicijn, kan ademhalingsproblemen, verhoogde hartslag en
verlaagde bloeddruk geven.
Wanneer je denkt dat je klachten krijgt door medicijnallergie,
stop dan direct met het innemen van dat medicijn.
Er is een stijgende kans op anafylaxis bij herhaalde blootstelling
aan het medicijn (hoe meer doses je neemt ….).
Dus wanneer je vermoedt dat je een anafylactische reactie hebt, zoek
dan direct medische hulp. (bel 112 en vraag om een ambulance wegens
een anafylactische reactie).
Bij geen of te late medische hulp kan een anafylactische reactie
fataal zijn.

De symptomen die kunnen optreden:
Medicijnallergie kan veel verschillende soorten klachten geven, dit
hangt af van het soort medicijn, de dosis en hoe vaak je het
inneemt. De symptomen zijn onder te verdelen in lokale klachten en
algemene klachten. De meest voorkomende klachten zijn:

Lokale klachten
-
Huiduitslag
die op mazelen lijkt
-
Huiduitslag
zoals Galbulten / Netelroos – Licht rood en verhoogde zwellingen
op de huid, onregelmatig van vorm, jeukt
-
Koorts
-
Spier- en
gewrichtspijn
-
Zwellen van
de lymfklieren
-
Nierontsteking
In
tegenstelling tot de meeste allergische reacties, die redelijk snel
optreden na blootstelling aan het allergeen, is de tendens dat
allergische reacties op medicijnen dagen of zelfs weken na de eerste
dosis van het medicijn optreden.

Algemene klachten (systemische klachten)
Anafylaxis of
anafylactische reactie - dit is een serieuze allergische reactie die
levensbedreigend kan zijn. Iemand met anafylaxis moet zo snel
mogelijk medisch behandeld worden (ambulance of op de spoedeisende
hulp van het ziekenhuis).
-
Huidreactie -
Urticaria, roodheid/gloeien, gevoel van warmte, jeuk
-
Ademhalingproblemen – Klemmend gevoel op de borst, piepen,
dichtzitten van de keel
-
Flauwvallen –
lichte gevoel in het hoofd of bewustzijn verlies ten gevolge van
een drastische verlaging van de bloeddruk ( “Shock”)
-
Snelle of
onregelmatige hartslag
-
Zwellen van
het gezicht, tong, lippen, keel, gewrichten, handen of voeten
-
Bijna alle
anafylactische reacties treden op binnen 4 uur na de eerste dosis
van het medicijn. De meeste reacties treden op binnen 1 uur na
inname en veel reacties treden op binnen minuten of zelfs seconden
na inname.

Behandeling van medicijnenallergie
bestaat uit onmiddellijk stoppen met het betreffende medicijn,
gevolgd door antihistamine medicijnen. In het geval van anafylaxis
is het directe gebruik van adrenaline (Epinefrine) noodzakelijk, dit
kan levensreddend zijn.
Bij de diagnose zal een
bloedonderzoek moeten bevestigen of er een allergische reactie heeft
plaatsgevonden. Helaas kunnen alleen een allergie voor penicilline,
Amoxicilline, sulfonamiden en cefalosporines betrouwbaar bevestigd
worden door een RAST (bloedanalyse). Wanneer een ander medicijn
verdacht wordt dan is een huidtest, gevolgd door een provocatietest
in het ziekenhuis noodzakelijk.
Ook kan de Patch test
(Plakproeftest) op de huid voor bepaalde medicijnen zoals Neomycine
en de Parabens conserveermiddelen gebruikt worden.
Stevens-Johnson syndroom (een
complicatie die resulteert in het vormen van blaren) vereist
medische behandeling in een intensieve care afdeling. De gegeven
behandeling is gelijk aan de behandeling van ernstige brandwonden (
bijvoorbeeld, de patiënt wordt warm en droog gehouden, het gebied
wordt losjes bedekt ter voorkoming van infectie en intraveneuze
vloeistoffen worden toegediend).
In de meeste
gevallen moeten aan patiënten, die een allergische reactie op een
medicijn hebben gekregen, voor toekomstig gebruik een alternatief
middel worden voorgeschreven. Aanvullend op het dossier van de
huisarts moet de patiënt zelf ook persoonlijk iets bij zich hebben
waarop staat: “allergisch voor [medicijn]”. (denk aan het
allergiekaartje van de NAN, een SOS medaillon of Stichting Witte
Kruis armband of halsketting)
Geef ook door aan de apotheker, en andere behandelde artsen waar u
onder behandeling bent dat u allergisch bent voor dat bepaalde
medicijn en laat ze hiervan een aantekening maken.
Hiermee kun je voorkomen dat toch het medicijn bij de apotheek aan
je gegeven wordt.
Medische waarschuwingen in de vorm van een armband of
halsketting (bijv. Stichting Witte Kruis Alert®) kan ook gedragen
worden om anderen (bijv. Ambulancepersoneel, Spoed Eisende Hulp) te
waarschuwen in geval van een ongeluk dat je een medicijnallergie
hebt.

Factoren die het risico van op allergische
reactie verhogen
Het blijkt dat
meerdere factoren het risico op het krijgen van een allergische
reactie door medicijnen verhogen. Deze geldt ook voor chronische
aandoeningen die continue therapie of frequente kuren met dezelfde
of kruisreactieven medicijnen vereisen.
Sommige
allergische reacties op medicijnen lijken eerder op te treden in
combinatie met bepaalde infecties. Bijvoorbeeld, wanneer
aminopenicilline wordt gegeven aan patiënten met Ebstein Barr
virusinfectie of sulfonamiden aan patiënten met AIDS. Een andere
factor is atopie, een genetisch bepaalde status voor
hypersensitiviteit, die zich kan uiten als astma, hooikoorts en
atopisch dermatitis (eczeem) door een verscheidenheid aan
allergenen. Atopie verhoogd het risico op penicilline geïnduceerde
anafylaxis aanzienlijk; echter penicilline huidtesten zijn niet meer
positief bij atopische personen. De geschiedenis van andere
medicijnallergieën en familiegeschiedenis van medicijnallergische
reacties zijn ook risico factoren.

Wat kan er gedaan worden om reacties door
medicijnallergie te voorkomen?
Wanneer je dus allergisch bent voor medicijnen zoals penicilline of
aspirine, dan moet je alle daarop gebaseerde of gerelateerde
medicijnen vermijden totdat een huidtest of provocatietest is
uitgevoerd die een negatief resultaat heeft. Als je allergisch bent
voor penicilline gebruik dan een alternatief antibioticum zoals de
Erythromycine familie. Dit zelfde geldt voor de zgn. NSAIDs,
anti-inflammatory medicijnen zoals ibuprofen of dyclofenac – gebruik
dan alleen paracetamol.
Het is dus mogelijk om een allergische reactie te krijgen op ieder
medicijn – inclusief paracetamol. Gebruik dus alleen medicijnen
wanneer dit absoluut nodig is of wanneer het speciaal aan je is
voorgeschreven. Gebruik nooit de medicijnen van iemand anders tenzij
je advies hebt ingewonnen en je zeker bent dat het veilig is om die
te gebruiken.

Wanneer zoek je medische hulp?
Hieronder nog
even een opsomming van reacties en wat je kunt doen:
-
Wanneer de
symptomen mild zijn, zoals jeuk en locale galbulten, dan kan de
behandelaar je op andere medicijnen zetten, aanbevelen om te
stoppen met de medicijnen, of, indien nodig je antihistamine
voorschrijven ter verlichting van je klachten.
-
Wanneer je de
behandelaar niet kunt bereiken voor een snel advies, speel dan op
veilig en ga naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.
-
Wanneer je
“systemische” symptomen hebt (zie eerder in het artikel) zoals
koorts en overgeven, moet je stoppen met het medicijn en direct
onderzocht worden door een arts.
-
Wanneer je
ademhalingsproblemen hebt, zwelling in de keel, of je voelt je
flauwvallen, dan kun je een anafylactische reactie hebben. Roep
dan onmiddellijk medische hulp in ( Bel 112 en vraag om een
ambulance) Ga niet zelf rijden en terwijl je wacht op de ambulance
begin direct met zelfbehandeling.

Behandeling van Medicijnallergie
Na het advies
van de arts / behandelaar, kunnen milde reacties mogelijk thuis
behandeld worden.

Zelfbehandeling Thuis
Voor galbulten
of locale huidreacties doe het volgende:
-
Neem koele
douches of pas koele kompressen toe.
-
Draag lichte
kleding die geen irritatie oplevert voor de huid.
-
Doe rustig
aan.
-
Om
verlichting te geven bij jeuk kun je in overleg met je arts lotion
gebruiken of antihistaminica
Voor de
meer ernstige reacties wordt het zelf behandelen NIET aanbevolen.
Bel je behandelende arts of
112, afhankelijk van de ernst van de symptomen. Wanneer je symptomen
hebt die duiden op een anafylactische reactie, dan kun je het
volgende doen terwijl je wacht op de ambulance:
-
Probeer kalm
te blijven.
-
Als je de
oorzaak van de reactie kunt identificeren voorkom dan verdere
blootstelling.
-
Neem
antihistamine (1-2 tabletten of druppels / capsules) wanneer je
dit zonder probleem kunt slikken.
-
Wanneer je
piepend ademhaalt of moeilijkheden met ademen hebt gebruik dan een
inhalator luchtwegverwijderaar zoals Ventolin. (als u die
voorhanden hebt)
-
Als u licht
in het hoofd wordt of u voelt zich flauw worden, ga dan op de
grond liggen met uw benen omhoog (op een stoel) om het bloed naar
uw hoofd te krijgen.
-
Wanneer u een
adrenaline auto-injector heeft gekregen, dan MOET u zichzelf
injecteren. Als u het niet zelf meer kan dan moet een omstander
het voor u doen op de manier zoals voorgeschreven is.
-
De injector
dient een voorafgemeten hoeveelheid Epinefrine toe. Het is een
receptmedicijn dat snel (maar tijdelijk) de serieuze symptomen
omkeert.
-
De
auto-injector is maar één (1) keer bruikbaar.
-
Omstanders
moeten eventueel reanimatie toepassen op iemand die bewusteloos
raakt, stopt met ademhalen of geen polsslag meer heeft.
-
Wanneer het
kan moet je, of degene die bij je is, aan het ambulancepersoneel
vertellen welk(e) medicijn(en) je hebt genomen en welke allergie
je hebt.

Medische Behandeling
Gewoonlijk
wordt de behandeling van medicijnallergie in drie categorieën
ingedeeld:

Milde allergie (lokale galbulten en jeuk)
-
De
behandeling wordt gericht op het stoppen van de reactie en
verzachten van de symptomen.
-
Voorgeschreven medicijnen kunnen zijn Antihistaminica
-
Je kunt
geadviseerd worden om te stoppen met het medicijn dat de reactie
veroorzaakte.

Gematigd ernstige allergie (galbulten/netelroos overal en jeuk)
-
Ook hier is
de behandeling gericht het verzachten van de symptomen en stoppen
van de reactie.
-
Gewoonlijk
zal er met het medicijn gestopt worden
-
Voorgeschreven medicijnen kunnen zijn antihistaminica, orale
steroïde (prednison).
Ernstige
Allergische Reactie.(ademnood, dichtzitten van de keel, gevoel van
flauwte, ernstige galbulten / netelroos, betrokkenheid van veel
orgaansystemen)
-
Behandeling
zal bestaan uit krachtige medicijnen om snel de gevaarlijke
reactieketen om te keren.
-
De
uitlokkende medicatie wordt direct gestopt.
-
Afhankelijk
van de ernst van de reactie en van de andere symptomen zullen de
medicijnen zijn: Epinefrine, antihistamine en steroïden zoals
prednison. Deze kunnen oraal of intraveneus worden toegediend.
-
Als je een
ernstige allergische reactie hebt zul je opgenomen moeten worden
in het ziekenhuis voor voortdurende behandeling en observatie.

De volgende stappen: Follow-up
Vervolgbehandeling na een allergische reactie op medicijnen moet
gebeuren met je eigen behandelaar / huisarts. Na dit consult kan de
arts je herstel evalueren en medicijnen bijstellen.
Wanneer je
niet reageert op de voorgeschreven behandeling tegen jouw
medicijnallergie, dan is het belangrijk dat je wordt doorverwezen
naar een allergie specialist (allergoloog) voor her-evaluatie of dat
je behandelend arts collegiaal overleg pleegt met een van de
allergologen (adressen op onze website).

Preventie
Er is
eigenlijk geen bekende manier om een medicijnallergie te voorkomen.
-
Je kunt het
risico verminderen door zo min mogelijk medicijnen te nemen. Hoe
meer bloostelling des te meer kans op de ontwikkeling van een
medicijnallergie.
-
Vertel
altijd aan een nieuwe behandelaar dat je allergisch bent voor dat
bepaalde medicijn en welke reacties je hebt gehad.
-
Gebruik geen
medicijn waarop je eerder een reactie hebt gehad. Als je eerder
een reactie hebt gehad op een medicijn dan wordt het risico op een
meer ernstige reactie een volgende keer drastisch groter.
-
Geef door aan de apotheker dat je allergisch bent voor dat
medicijn. Laat het door hem registreren in zijn medicijnen
waarschuwingssysteem.
-
Draag iets bij je waarop staat dat je allergisch (anafylactisch)
reageert op dat medicijn. Dat kan een allergiekaartje zijn
(verkrijgbaar bij het NAN), je kunt die in je portefeuille bij je
dragen en/of schaf een waarschuwingsarmbandje / halsketting aan.
(Stichting Witte Kruis of SOS medaillon)
-
Vertel het aan de personen in je directe omgeving ( gezin,
familie, vrienden, werkgever en collega’s) Dit is niet iets om je
voor te schamen en wie weet moeten zij ooit eens hulp bieden.
-
Realiseer je dat door goede informatie en communicatie een
allergie voor een medicijn goed te beheersen is en dat je op deze
manier het medicijn goed kunt vermijden.
Eventueel, als je er geen alternatief
is voor dat medicijn of andere uit de familie, kun je overleggen of
er een desensibilisatiekuur bestaat voor jouw probleem.

Patiënten met een geschiedenis van
medicijnenallergie zijn vaak blootgesteld aan medicijnen. Men moet
elk medicijn goed overwegen voordat men beslist er mee door te gaan.
Patiënten met een geschiedenis van
penicillineallergie moet een huidtest ondergaan.
Meer dan 80% van de patiënten met een penicilline allergie hebben
een negatieve huidtest.
Allergische reacties die optraden
bij de herbehandeling van anamnese positieve, huidtest negatieve
patiënten waren bijna allemaal mild en zelfbeperkend; geen
levensbedreigende vals-negatieve reacties zijn er gerapporteerd. Tot
67% van de patiënten met een positieve huidtest had allergische
reacties toen therapeutische dosis penicilline gegeven werd.
Er zijn geen huidtesten beschikbaar
voor de diagnose van cefalosporines. Positieve penicilline
huidtesten voorspellen niet allergische reacties op cefalosporines.
Wanneer er geen andere alternatieven
beschikbaar zijn kan, voorzichtig en onder goede begeleiding,
cefalosporines toegediend worden bij patiënten met een
penicillineallergie.
De prevalentie van NSAID
intolerantie bij astma en nasale polyposis of rhinosinusitis is 30 –
40%.
Aspirine geïnduceerde astma beïnvloed 10% van de volwassenen met
astma. De enige manier om te testen op NSAID intolerantie is met een
orale provocatie test. Na ASA desensitisatie, kan ook
kruisdesensitisatie voor andere NSAIDs, die cyclooxygenase bevatten,
optreden.

Referenties
Adkinson N. Franklin.
Drug Allergy.
In Allergy: Principles
and Practice,
St. Louis, 1998, Mosby, 1212 – 1224.
Stevenson DD, Simon RA.
Sensitivity to aspirin and nonsteroidal inflammatory drugs. In
Allergy: Principles and Practice, St. Louis, 1998, Mosby, 1225 –
1234.
Barranco P,
Lopez-Serrano MC. General and epidemiologic aspects of allergic drug
reactions. Clinical and Experimental Allergy 28, supplement
4: 61-62, 1998.
Lieberman P. Anaphylaxis
and Anaphylactoid Reactions. In Allergy: Principles and Practice,
St. Louis, 1998, 1079-1090.
Virella Gabriel, ed.
Introduction to Medical Immunology, New York, 1993, Marcel
Dekker, Inc., 346.
Gruchalla RS. Acute drug
desensitization. Clinical and Experimental Allergy 28,
supplement 4: 63 – 64, 1998.
Lin RY. A perspective on
penicillin allergy. Archives of Internal Medicine 152: 930 –
937, 1992.
Saxon A. Immediate
hypersensitivity reactions to beta-lactam antibiotics. Annals of
Internal Medicine 107: 204 – 215, 1987.
Aihara M, Ikezawa Z.
Evaluation of skin test reactions with delayed type rash induced by
penicillins and cephalosporins. Journal of Dermatology 14:
440 – 448, 1987.
Vega JM, Blanca M,
Carmona MJ, et al. Delayed allergic reactions to betalactams.
Allergy 46: 154 – 157, 1991.
Sogn Dorothy et al.
Results of the National Institute of Allergy and Infectious Disease
collaborative clinical trial to test the predictive value of skin
testing with major and minor penicillin derivatives in hospitalized
patients. Archives of Internal Medicine 152: 1025 – 1032,
1992.
Gadde J, Spence M,
Wheeler B et al. Clinical Experience with penicillin skin testing in
a large inner-city STD clinic. JAMA 270: 2456 – 2463, 1993.
Stark et al. Acute and
chronic desensitization of penicllin-allergic patients using oral
penicillin. Journal of Allergy and Clinical Immunology 79 (3): 523 -
532, 1987.
Smith CR. Considerations
regarding clinical safety and tolerability of antibiotics in serious
and nosocomial infections. Clinical Therapeutics 4
(Supplement A): 133 – 145, 1981.
Neu HC. The new beta-lactamas-stable
cephalosporins. Annals of Internal Medicine 97: 408 – 419,
1982.
Moskovitz BL. Clinical
adverse effects during ceftriaoxone therapy. American Journal of
Medicine 84 – 88, 1984.
Sanders CV, Greenberg
RN, Marier RL. Cefamandole and cefoxitin. Annals of Internal
Medicine 103: 70 – 80, 1985.
Norby SR. Side effects
of cephalosporins. Drugs 34 (supplement 2): 105 – 120, 1987.
Petz LD. Immunologic
cross-reactivity between penicillins and cephalosporins: a review.
Journal of Infectious Disease 137 (supplement): 74 – 79,
1978.
Smith JW, Johnson JE,
Cluff LE. Studies on the epidemiology of adverse drug reactions: II.
An evaluation of penicillin allergy. New England Journal of
Medicine 274: 998 – 1002, 1966.
Anne S, Reisman RE. Risk
of administering cephalosporin antibiotics to patients with
histories of penicillin allergy. Annals of Allergy, Asthma, and
Immunology 74: 167 – 170, 1995.
Jick H. Adverse
reactions to trimethoprim-sulfamethazole in hospitalized patients.
Review of Infectious Diseases 4: 426 – 428. 1982.
Gordin FM, Simon GL,
Wofsky CB, Mills J. Adverse reactions to trimethoprim-sulfamethazole
in patients with acquired immune deficiency syndrome. Annals of
Internal Medicine 100: 495- 499, 1984.
Carr A, Cooper DA, Penny
R. Allergic manifestations of HIV infection. Journal of Clinical
Immunology 11: 55 –64, 1991.
Hughes WT, Lafon SW,
Scott JD, Masur H. Adverse events associated with
trimethoprim-sulfamethoxazole and atovaquone during the treatment of
AIDS-related Pneumocystis carinii pneumonia. Journal of
Infectious Disease 171: 1295 –1301, 1995.
Lehmann DF et al. The
association of opportunistic infections with the occurrence of
trimethoprim/sulfamethoxazole hypersensitivity in patients infected
with HIV. Journal of Clinical Pharmacology 39: 533 – 537,
1999.
Hennessy S et al.
Predicting cutaneous hypersensitivity reactions to cotrimazole in
HIV-infected individuals receiving primary Pneumocystis carinii
prophylaxis. Journal of General Internal Medicine 10: 380 –
386, 1995.
Roudier, C et al.
Adverse cutaneous reactions to trimethoprim-sulfamethoxazole in
patients with AIDS and PCP. Archives of Dermatology 130: 1383
–1386, 1994.
Shafer RW et al.
Successful prophylaxis of Pneumocystis carinii pneumonia with
trimethoprim-sulfamethoxazole in AIDS patients with previous
allergic reactions. Journal of Acquired Immune Deficiency
Syndromes 2 (4): 389 – 393, 1989.
Rieder MJ et al.
Prominence of slow acetylator phenotype among patients with
sulfonamide hypersensitivity reactions. Clinical Pharmacology and
Therapeutics 49 (1): 13 – 17, 1991.
Lee BL et al. Altered
patterns of drug metabolism in patients with acquired
immunodeficiency syndrome. Clinical Pharmacology and Therapeutics
53 (5): 529 – 535, 1993.
Buhl R et al. Systemic
glutathione deficiency in symptom-free HIV-seropositive individuals.
Lancet 2: 1294 – 1298, 1989.
Aukrust P, et al.
Increased levels of oxidized glutathione in CD 4 + lymphocytes
associated with disturbed intracellular redox balance in human
immunodeficiency virus type Ic infections. Blood 86: 258 –
267, 1995.
Simonart T, et al. Skin
testing in AIDS patients with cutaneous
trimethoprim-sulfamethoxazole hypersensitivity. Clinical and
Experimental Dermatology 23: 47, 1998.
Gruchalla RS, Sullivan
TJ. Detection of human IgE to sulfamethoxazole by skin testing with
sulfamethoxazoly poly-L-tyrosine. Journal of Allergy and Clinical
Immunology 88: 784 –792, 1991.
Tenant-Flowers et al.
Sulfa desensitization in patients with AIDS and cerebral
toxoplasmosis. AIDS 5: 311- 315, 1991.
White MW et al.
Desensitization to trimethoprim-sulfamethoxazole in patients with
AIDS and PCP pneumonia. Annals of Allergy 62: 177 – 179,
1989.
Absar N et al.
Desensitization to trimethoprim-sulfamethoxazole in HIV-infected
patients. Journal of Allergy and Clinical Immunology 93: 1001
– 1005, 1994.
Kalanadhabhatta V et al.
Successful oral desensitization to trimethoprim-sulfamethoxazole in
AIDS. Annals of Allergy, Asthma, and Immunology 77: 394 –
400, 1996.
Widal MF et al.
Anaphylaxie et
idisyncrasie. Presse Med 30: 189 - 192, 1922.
Szczeklik A et al.
Relationship of
inhibition of prostaglandin biosynthesis by analgesics to asthma
attacks in aspirin-sensitive patients. British Medical Journal
1: 67 - 69, 1975.
Stevenson DD, Lewis RA.
Proposed mechanism of aspirin sensitivity reactions. Journal of
Allergy and Clinical Immunology 80: 788 - 790, 1987.
Lee TH. Mechanism of
aspirin sensitivity. American Review of Respiratory Disease
145: 34 - 36, 1992.
Schopf E, Stuhmer A, Rzany
B et al. Toxic
epidermal necrolysis and Stevens-Johnson syndrome: an epidemiologic
study from West Germany. Archives of Dermatology 127, 839 -
842, 1991.
Settipane RA et al.
Prevalence of cross-sensitivity with acetaminophen in
aspirin-sensitive asthmatics. Journal of Allergy and Clinical
Immunology 96: 480 - 485, 1995.
Stevenson DD et al.
Aspirin desensitization/treatment of aspirin-sensitive
rhinosinusitic-asthmatic patients: long term outcomes. Journal of
Allergy and Clinical Immunology 98: 751 -758, 1996.
Sullivan TJ et al.
Desensitization of patients allergic to penicillin using orally
administered betalactam antibiotics. Journal of Allergy and Clinical
Immunology 69 (3): 275 - 282, 1982.

|