|
|
Inhalatieallergie |
|
|||||||||
|
Hier kan uw
advertentie staan! |
Hier kan uw
advertentie staan! |
|||||||||
|
||||||||||
| Type I: | IgE-antistof gemediëerde allergie, waarvan Anafylaxis een extreem voorbeeld is. |
| Type II: | IgG-antistof gemediëerde allergische reactie |
| Type III: | allergische reactie die zich richt naar oppervlakte antigenen op weefsels |
| Type IV: | cel-gemediëerde allergische reactie |
Type I: IgE-gemediëerde reactie
Hierbij spelen mestcellen een rol. Deze bevatten onder andere
histamineblaasjes. Een tweede hoofdrolspeler is het immunoglobuline
E, een antistof dat normaal een functie heeft bij parasitaire
infecties. Wanneer een allergeen (zoals pinda) zich 2 maal bindt aan
een IgE op de celmembraan van een mestcel, zal deze mestcel zijn
inhoud uitstorten en deze vasoactieve aminen (onder andere
histamine, serotonine en prostaglandine) zullen een aantal
veranderingen veroorzaken in het lichaam:
-
vaatverwijding (vasodilatatie van de bloedvaten in de huid)
-
vernauwing van de bronchiën van de longen
-
afname van de hartactiviteit
Dit geeft tot gevolg:
-
neusklachten: loopneus, niezen, gezwollen neusslijmvlies
-
moeilijke ademhaling: piepende ademhaling
-
rode ogen: conjunctivitis
-
huidveranderingen: roder worden, warmte afgeven, jeuk
-
in ernstige gevallen bloeddrukdaling en shock, in extreme gevallen
zelfs hartstilstand
De primaire therapie bij een hevige acute allergische reactie
(anafylactische reactie) bestaat uit het toedienen van adrenaline
door middel van een adrenaline auto-injector (bijv. EpiPen®).
Hierdoor gaan de bronchiën zich weer verwijden, de bloedvaten in de
huid vernauwen (vasoconstrictie) en wordt de activiteit van het hart
gestimuleerd.
Meestal is een allergische reactie niet levensbedreigend:
de meeste mensen die een type-I reactie doormaken, hebben
hooikoorts. Effectieve middelen tegen deze reacties zijn de
antihistaminica die het effect van histamine tegengaan; verder
kunnen preventief onder andere mestceldegranulatieremmers (zoals cromoglicaat), en corticosteroïden worden gebruikt.
Een verschil tussen een anafylactische reactie en een anafylactoïde
reactie is dat men in het eerste geval gesensibiliseerd moet zijn
voor het antigeen, men moet m.a.w. antilichamen (IgE) aanmaken
vooraleer de reactie kan plaats hebben. Men zal dus nooit bij het
allereerste contact met een allergeen (bijvoorbeeld pinda) een
reactie vertonen. Bij anafylactoïde reacties is deze sensibilisatie
niet nodig: de allergenen hebben zelf een vasoactieve werking, wat
histamine simuleert, zoals bijvoorbeeld bijengif bij een bijensteek.
Type II
Deze vorm van allergie, ook cytotoxische reactie genoemd,
ontstaat wanneer antilichamen zich gaan richten naar het oppervlak
van cellen en weefsels, op de aldaar aanwezige antigenen. Zo start
een reeks reacties die uiteindelijk de afbraak van cellen of weefsel
veroorzaakt. Een typisch voorbeeld is een bloedtransfusie tussen
personen met een niet-verenigbare bloedgroep. Dit leidt tot
agglutinatie van rode bloedcellen en in ernstige gevallen zelfs tot
de dood.
Drugs kunnen geen type-II reactie
veroorzaken.
Deze reactie betreft ook vaak een allergische reactie op een
geneesmiddel. Het allergeen bindt aan een lichaamscel en verandert
de eiwitsamenstelling van het membraan. Hierdoor wordt de
lichaamscel als lichaamsvreemd herkend en wordt deze aangevallen
door het eigen immuunsysteem. Het betreft hierbij een direct cytotoxische reactie door IgG of IgM (antilichamen). Schade wordt
veroorzaakt door neutrofiele granulocyten en natural-killer cellen.
De neutrofiele granulocyten laten proteolytische enzymen vrij die
een ontstekingsreactie veroorzaken. Natural-killer-cellen laten
granules vrij die ervoor zorgen dat de cel lyseert (stukgaat).
Type III
Deze vorm van allergie ontstaat wanneer antigeen-antistofcomplexen
neerslaan en onder andere neutrofielen aantrekken en het
complementsysteem activeren en zo weefselschade veroorzaken. Een
voorbeeld is de Arthus reactie.
Type IV
Deze allergie ontstaat door activatie van T-helper/induceer cellen(T-lymfocyten), die via de productie van diverse cytokinen het
betreffende antigeen elimineert, maar tevens weefselschade
veroorzaakt.
Deze gemediëerde immuunreactie is voornamelijk gericht tegen
lichaamsvreemde cellen, zoals cellen die door een virus zijn
geïnfecteerd of cellen van een transplantaat. Bij deze vorm spelen
zowel de T-helpercel (Th-cel) als de cytotoxische T-cel (Tc-cel) een
rol. Afhankelijk van de route kunnen twee reacties worden
onderscheiden.
T-celcytotoxie (bij bijvoorbeeld bloed transfusie)
Een binding van CD4+-T-helper/induceercellen aan het antigeen (samen
met het HLA-klasse-II-molecuul), zal via de productie van IL-1 en
IL-2 leiden tot het ontstaan van CD8+-Tc-cellen die de doelwitcellen
een extracellulair mechanisme kunnen doden. Deze reactie treed het
meest op bij virus geïnfecteerde cellen zoals bij hepatitis B. Deze
behoort niet tot de allergische reacties. Maar het tweede mechanisme
hoort wel tot de allergische reacties:
Vertraagd-type-overgevoeligheid
Deze reactie wordt gemediëerd door lymfocyten en macrofagen. Wanneer
een helpercel bindt aan een antigeen zal deze lymfocyt worden
gestimuleerd tot het uitscheiden van chemokinen en cytokinen. Dit
gebeurt waarschijnlijk door een aparte populatie van T-helpercellen.
De chemokinen kunnen lymfocyten, monocyten en andere
ontstekingscellen aantrekken en activeren. De belangrijkste
ontstekingscel is de geactiveerde macrofaag welke op zijn plek wordt
gehouden door macrofagen-migratie-inhibitiefactor (MIF). Deze
macrofaag kan met mediatoren weefselschade veroorzaken en
gefagocyteerd materiaal verteren. De doelwitcel wordt gedood, maar
gaat gepaard met weefselbeschadiging en een ontstekingsreactie.
De meest voorkomende type-IV-vertraagd-overgevoeligheidsreactie is de huidreactie die dan gepaard gaat met een eczeem, rode en geïrriteerde huid. Deze kan bijvoorbeeld door een overgevoeligheid van latex komen (handschoenen/condooms). .
Symptomen zijn niet alleen afhankelijk van het soort allergie, maar ook van het type allergie en de plaats waar het allergeen contact maakt met het lichaam. (huid, luchtwegen, spijsverteringskanaal). Meer informatie over de allergische symptomen vindt u bij de de info over de betreffende allergie.
Om vast te stellen of het om allergie gaat zal de huisarts in eerste instantie uitgaan van wat de patiënt hem vertelt, ofwel de anamnese. Als uit de anamnese blijkt dat de klachten door een allergische reactie kunnen worden veroorzaakt zal de huisarts een gericht allergologisch onderzoek laten doen om te zien wat precies de allergische reactie veroorzaakt. Er zijn verschillende soorten allergietesten:
Wanneer een contactallergie wordt vermoed kunnen de zogenaamde epicutane allergietesten of plakproeven worden gedaan. De verdachte allergenen worden op de rug met behulp van pleisters aangebracht. Na 48 uur worden de pleisters verwijderd en 24 uur daarna wordt de huid gecontroleerd. Op de plek waar de huid in aanraking is geweest met de allergenen waar men allergisch voor is ontstaat roodheid en zwelling, soms zelfs een blaar. Alle stoffen kunnen in principe worden getest die er van verdacht worden een contactallergie te veroorzaken. In Europa is een standaardreeks van te testen stoffen ontwikkeld, waar Europeanen het meest allergisch op reageren: de Europese Standaardreeks. Plakproeven worden niet toegepast voor de diagnose van voedselallergie.
Priktesten zijn zinvol wanneer men
een voedselallergie of inhalatieallergie vermoed. Een druppeltje
allergeenextract wordt op de huid gedruppeld en vervolgens wordt met
een naald door het druppeltje heen in de huid geprikt, zodat er een
kleine hoeveelheid van de allergene stof in de huid terecht komt.
Binnen 15-45 minuten na behandeling ontstaat bij een allergische
reactie roodheid en zwelling van de huid op de plaats van de
prikplek. Hoe groter de reactie hoe meer de geteste persoon
gesensibiliseerd is voor die bepaalde allergeen.
Voedsel- en inhalatieallergieën
kunnen ook worden vastgesteld door middel van een bloedtest. Men
onderzoekt dan of een bepaald soort eiwitten, het IgE in het bloed
aanwezig is. Deze test noemt men ook wel RAST-test.
Bij deze test wordt contact met het verdachte allergeen geheel gestopt (eliminatie).
Wanneer de klachten verminderen of verdwijnen, wordt men weer blootgesteld aan het verdachte allergeen (provocatie). Als de klachten hierdoor weer terugkomen of verergeren is het bewijs voor de allergie geleverd. Deze test mag uitsluitend onder supervisie van een arts worden uitgevoerd, want bij heftige allergische reacties is de aanwezigheid van een gespecialiseerde arts en middelen ter bestrijding van de reactie noodzakelijk.
De uitslagen van bovenstaande testen geven alleen aan of iemand gevoelig is voor het allergeen waarop getest wordt. Een positieve uitslag wil niet zeggen of iemand allergisch is. Alleen een diagnose in combinatie met aan het allergeen gerelateerde klachten (anamnese) kan gezegd worden of iemand allergisch is.
.
Wanneer een allergie wordt vastgesteld dient men het bewuste allergeen te mijden.
Dit betekent dat men zijn levens- en/of eetpatroon geheel dient te wijzigen. Allergieën hebben een behoorlijke impact op uw leven, want bij alles wat u doet of eet dient u rekening te houden met uw allergie.
Wanneer er sprake is van een voedselallergie is het samenstellen van de dagelijkse maaltijden een stuk moeilijker, omdat bijvoorbeeld pinda’s en ei in heel veel normale voedsel worden verwerkt, zoals in koekjes, pasta’s, toetjes en vele kant en klaar producten. Begeleiding van een diëtist is daarom erg belangrijk. Ook beperkt voedselallergie uw sociale contacten, want u kunt niet meer zomaar even in een restaurant iets eten of bij vrienden thuis. Altijd dient van te voren goede afspraken over het eten te worden gemaakt of men dient zelf zijn eten mee te nemen. Wanneer de voedselallergie kan leiden tot anafylactische shock is het mogelijk om een Epinefrine bevattende auto-injector bij zich te dragen. Na blootstelling aan het allergeen kan men zichzelf met deze prikpen injecteren met Epinefrine. Hierdoor worden de verschijnselen die de levensbedreigende shock veroorzaken tegengewerkt, waardoor er meer tijd ontstaat om met spoed naar het ziekenhuis te gaan. <lees verder>
Wanneer er een inhalatieallergie is geconstateerd betekent dit dat men zijn leefgewoonten dient te veranderen en/of zijn leefomgeving dient te saneren, om zo aanraking met het allergeen zo veel mogelijk te vermijden. Bij huisstofmijtallergie kan samen met een longverpleegkundige een saneringsplan worden opgesteld. Meer informatie over sanering vindt u in het infogedeelte: Sanering. Bij hooikoorts dient men elk contact met pollen en stuifmeel te vermijden. Medicijnen zoals Antihistaminica voorkomen dat de ontstekingsstoffen die ten gevolge van de allergie worden losgelaten in de luchtwegen en in de huid nu in de cellen opgesloten blijven. <lees verder>
Wanneer er sprake is van een contactallergie moet met elk contact met de allergische stof vermijden door zijn levenspatroon te veranderen. Soms kan het betekenen, dat men bepaalde sierraden niet meer kan dragen, soms is het zelfs noodzakelijk ander werk te zoeken en/of omscholing te doen, wanneer men allergisch is tegen de producten waar men dagelijks mee werkt. De bedrijfsarts of Arbodienst kan hierbij adviseren. <lees verder>
Insectengifallergie:
Reacties op insectensteken zijn normaal, maar men kan allergisch
zijn voor steken van leden van de
Hymenoptera
insectenklasse. Terwijl een normale reactie op een insectensteek kan
bestaan uit rood worden van de huid en enige pijn, is een
anafylactische reactie veel serieuzer en kan veranderingen in de
ademhaling en bewusteloosheid inhouden, soms kan een reactie fataal
zijn. Wanneer je ooit een allergische reactie hebt gehad is het
waarschijnlijk dat je weer zal reageren wanneer je blootgesteld
wordt aan het schadelijke insectengif, echter de ernst van de
reactie kan variëren. Wanneer u, of iemand die u kent, een
insectengifallergie heeft, dan zou u moeten leren hoe dit te
voorkomen en hoe insectensteken te behandelen.
Het is voor u van belang om meer te leren over
insectengifallergieën, inclusief informatie over de schadelijke
insecten en wat te doen wanneer iemand is gestoken.
<lees verder>
Door
een abonnement op Shock wordt u geïnformeerd over de ontwikkelingen op het
allergie gebied en bent u beter voorbereid
Meld u hier aan!
U kunt de hier de onderwerpen van het laatste nummer lezen>>